Leesbest
Schoolbrede aanpak van leesvaardigheid
Motivatie
Vygotsky heeft het in 1932 al aangegeven: een kind kán niet gemotiveerd zijn als hij de leerstof niet begrijpt. Veel kinderen lezen een tekst van linksboven naar rechtsonder zonder echt te begrijpen wat ze lezen of leren. Dat motiveert niet. Leesbest maakt van lezen een doe-opdracht die rendement heeft. Voor het maken van een schematische samenvatting moet de leerling veel hersenactiviteiten uitvoeren waardoor hij de samenhang binnen de stof wel gaat begrijpen. Hiermee hebben we de leerling nog niet altijd gemotiveerd, maar we hebben wel een factor weggehaald die motivatie tegenwerkt.
Inzichtsvragen
Bij de meeste vakken bestaat minstens 70% van het eindexamen uit inzichtsvragen. Als een leerling met zo een vraag moeite heeft, kan dat zeker drie oorzaken hebben:
  • Hij heeft de begrippen die in de vraag staan niet goed ontwikkeld
  • Hij kent de onderlinge verbanden tussen de begrippen niet
  • Hij weet niet hoe hij een inzichtsvraag moet aanpakken om een antwoord te ‘maken’ als dat niet ‘vanzelf’ bovenkomt.
Voor het eerste probleem behandelt Leesbest de vaardigheid voor het leren van begrippen Een goede leesvaardigheid is daarbij een noodzaak.
De samenhang tussen begrippen staat inde tekst aangegeven, een goede leesvaardigheid is daarvoor vereist.
Voor het beantwoorden van inzichtsvragen behandelt Leesbest een vaardigheid die bij alle vakken toegepast kan worden.
Examen
Voor goede examenresultaten is een goede leraar die enthousiast kan uitleggen niet genoeg. De leerling zal zelf veel hersenactiviteiten moet verrichten. Leesvaardigheid is daarvoor een noodzaak. Leesbest biedt een aanpak om daar in de vaklessen optimaal resultaat mee te halen.
Differentiatie
Leesbest maakt het u mogelijk een andere lesopbouw te kiezen waarmee leerlingen meer actief zijn en u meer speelruimte hebt. U kunt die gebruiken om leerlingen, als dat uitkomt, op niveau bij elkaar te zetten en daar extra aandacht aan te besteden. Het biedt u de gelegenheid om voor verschillende groepen verschillende activerende werkvormen in te zetten. De handleiding voor de docent voor de vakles biedt daar een groot aantal werkvormen voor.
Leesbest
Uitgangspunten
De basis voor Leesbest is combinatie van actuele theoretische kennis van lezen en praktijkervaring. De theorie biedt ons als belangrijkste gegeven dat een groot aantal hersenactiviteiten vereist is om te bevatten wat de tekst wil zeggen. Die activiteiten voert een goede lezer onbewust en geautomatiseerd uit. Nadruk van leesvaardigheidsonderwijs vereist dus het automatiseren van wat wij ‘leesgedachten’ noemen. We hebben zeven richtlijnen ontwikkeld om dat automatiseren vorm te geven. Die richtlijnen beschrijven we in de ‘Handleiding voor de docent voor de vakles’. De belangrijkste richtlijn is: laat een leerling schematische samenvattingen maken. Dat dwingt hem hoofdzaken en bijzaken te scheiden, dat dwingt hem naar verbanden te zoeken, dat dwingt hem zichzelf te vragen: ‘Wat staat er, wat weet ik er al van, waar heeft het mee te maken en wat kan ik ermee?’
Leesbest leerling
Leesbest docent
Leesbest schoolorganisatie
+ Leesbest werkboek voor de leerling in de Leesweek
Het werkboek is in eerste instantie bedoeld voor gebruik binnen een leesweek. In 10 tot 12 lessen maken de leerlingen kennis met de geheimen van de leesvaardigheid. Zij oefenen in het maken van startschema’s en van schematische samenvattingen, ze leren verschillende soorten vragen te onderscheiden, ze leren hoe ze een nieuw begrip kunnen leren, ze leren hoe ze een inzichtsvraag kunnen aanpakken. Een inkijkexemplaar kunt u downloaden op de bestelpagina.
+ Leesvaardigheid als basis voor de didactiek in de vaklessen
De leerling zal aan de slag moeten, maar ook de docent. Aandacht voor leesvaardigheid maakt een nieuwe aanpak van de vaklessen mogelijk waarmee leerlingen veel actiever de leerstof zelf verkennen. Lessen worden dynamischer. De ‘Handleiding voor de docent voor de vakles’ geeft een uitvoerige beschrijving van aanleren en benutten van leesvaardigheid in de vakles.
+ Handleiding voor de docent voor het Leesbest werkboek
Insert stuff about eigenschappen 3 asd asd asd asd asd asd
asdasd
asd
asd
+ Handleiding voor de docent voor de vakles
Insert stuff about eigenschappen 4 asd asd asd asd asd asd
asdasd
asd
asd
+ Scholing voor de docent in de didactiek van de Leesbest
Veel docenten vinden het fijn om de mogelijkheden van leesvaardigheidsonderwijs onder begeleiding te verkennen. Dbp biedt de mogelijkheid tot scholing van docenten. Er zijn verschillende mogelijkheden:
  • Een introductiedag voor de docenten in vakken met studerend lezen, aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, maatschappijleer, godsdienst, filosofie, economie, natuurkunde, scheikunde, …
  • Een scholingstraject van een dag en drie dagdelen waarin docenten gericht oefenen in:
  • de verschillende vaardigheden: lezen, begrippen leren en inzichtsvragen beantwoorden
  • het aanpassen van hun didactiek
  • Een introductiedag voor docenten levende talen
  • Begeleiding van docenten die een leesweek gaan organiseren.
  • Meer informatie kunt u krijgen via ‘contact’. U kunt zo ook een belafspraak maken met Ed de Boer.
+ Sturen op examenresultaat
Leesvaardigheid staat hoog op de lijst van John Hattie als het gaat over onderwijsingrepen die wel effect opleveren. Docenten doen enorm hun best en toch wil het maar niet beteren. Leesvaardigheid kan de omslag ten goed brengen als het voer examenresultaten gaat.
+ Structuur voor het aanleren van leesvaardigheid
Leesbest biedt u de mogelijkheid om leesvaardigheid schoolbreed vanuit eenzelfde aanpak bij alle vakken vorm te geven, een voorwaarde voor echt succes.
+ Enquêtes over toepassing in vakles
Dbp biedt digitaal vakspecifieke enquêtes. Daarin is aandacht voor leesvaardigheid in de vaklessen ook een van de onderzoekspunten. De enquêtes zijn gericht op het didactisch handelen van de docent en verschillen onderling door de aard van de vakken.
Leesweek
Een reproductiegerichte leerstijl is sneller aangeleerd dan weer afgeleerd. Door snel na de start van het schooljaar een leesweek te houden, kunnen docenten vanaf het begin toetsen op inzicht. Zo voorkomt u dat leerlingen een goed cijfer voor het reproduceren van feiten als een aanmoediging zien om alles vooral ’goed te leren’.

Binnen het bestaande rooster doen vakken die daarvoor in aanmerking komen (Nederlands, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie, mentorles, drama, …) mee. Vooraf weet de docent welke les hij uit het leerlingenwerkboek met de klas doorneemt. Na tien tot twaalf lessen heeft de leerling kennisgemaakt met alle onderdelen van de leesvaardigheid. Voor de docent is een uitvoerige handleiding beschikbaar bij het leerlingenwerkboek. Iedere docent kan daarbinnen de leesvaardigheid inkleuren vanuit het eigen vak.